Minister-president Mark Rutte bevestigde dinsdag tijdens zijn persconferentie over de coronacrisis dat er een versoepeling komt voor het onderwijs, maar dat veel andere maatregelen tot 20 mei worden verlengd. De premier sprak over een “duivels dilemma”, waarmee hij lang had geworsteld.

Dit zijn de aangepaste maatregelen

  • Kinderen tot twaalf jaar kunnen vanaf 11 mei helft van de tijd naar school, invulling ligt bij de scholen
  • Ouders moeten kinderen bij voorkeur lopend of op de fiets brengen
  • Speciaal onderwijs voor kinderen in basisschoolleeftijd 100 procent open
  • Voortgezet onderwijs kan zich voorzichtig voorbereiden op (gedeeltelijke) hervatting vanaf 2 juni
  • Kinderen tot twaalf jaar mogen weer sporten (alleen trainen, geen wedstrijden)
  • Sporten van twaalf tot achttien jaar mag alleen op 1,5 meter afstand (alleen trainen, geen wedstrijden)

Rutte stelde vast dat de cijfers over de ziekenhuisopnames en het aantal COVID-19-patiënten op de intensive care (ic) “hoopgevend” is. “Maar de druk op de zorg is nog steeds gigantisch hoog. We willen de reguliere zorg graag weer opstarten, maar die ruimte moet er wel zijn. En de situatie in verpleeghuizen is nog zorgwekkend.”

Het kabinet gaat wel mee in het advies van het Outbreak Management Team (OMT) om basisschoolkinderen vanaf 11 mei weer naar school te sturen. “Dat kan bijvoorbeeld met de ene dag de ene helft en de volgende dag de andere”, legde Rutte uit. Hij voegde toe dat de uitwerking om maatwerk vraagt en dat de scholen ruimte wordt geboden om zelf de beste oplossing te vinden.

Het voortgezet onderwijs kan zich voorzichtig voorbereiden op een (gedeeltelijke) hervatting vanaf 1 juni, mits het op de basisscholen goed blijft gaan. Ook moet het reproductiegetal (hoeveel anderen je gemiddeld besmet) nog steeds rond of onder de één liggen. Als de middelbare scholen opengaan, loopt het schooljaar door tot de reguliere zomervakantie.